In het voorlaatste jaar van mijn humaniora was er een discussie in de klas, iedereen gaf zijn mening over een zeker onderwerp. Wat het juist was weet ik niet meer, maar wat ik me nog wel herinner was mijn oud-leraar die zei: “Hans heeft ook wel een mening, maar hij zegt ze niet”. Mijn oud-leraar legde toen precies de vinger op de wonde en in wat hij verder zei hoorde ik dat hij me zeer goed kende.
Toen hield ik het vrij diplomatisch en zeer afgewogen. Iets wat ik nu af en toe nog hanteer maar het is zeer uitzonderlijk. Nu heb ik een mening en dat zal men ook geweten hebben. Aan wie het horen en niet horen wil zeg ik luidop wat ik er van vind. En dat botst, dat kwetst en dat raakt soms en dat vind ik dan oprecht minder prettig.
Wanneer ik iets niet goed vind maak ik het vaak met de grond gelijk, ik breek het af en hak het in mootjes. Dat wekt dan weer wrijving op met iemand die dat wel goed vindt. Maar het schuilt niet alleen daarin, ik kan ook van mening veranderen. Wat ik gisteren met de grond gelijk maakte, bouw ik soms de dag erna terug op. Het komt niet vaak voor, maar het zijn alleen doden en dwazen die niet van gedacht veranderen. En dat wekt ook wel wrevel op, begrijpelijk.
Niet dat ik draai met de wind, alleen kan mijn mening veranderen omdat ik er een andere kijk op heb of dat ik een vollediger beeld krijg. Wanneer dat zich voordoet kan mijn mening veranderen en kan ik evolueren van een heftig tegenstander naar een groot voorstander. Vaak heb ik dat met spelletjes, eerst zie ik er absoluut niets in en verfoei ik het tot ik een degelijke uitleg heb gekregen en er wel voor gewonnen ben.
Uiteindelijk is het maar mijn mening, en wat maakt mijn mening meer of minder belangrijk dan die van iemand anders? Waarom is mijn neerhalen van groter belang dan jouw ophemelen of omgekeerd?