Het begint met een heel zacht drumritme en gaat dan over in enkele solo-instrumenten zoals de dwarsfluit, klarinet,… Het heeft een heel geleidelijke en zachte opbouw. Er zijn maar twee thema’s die steeds herhalen zonder dat ze eigenlijk gaan beginnen vervelen. De componist was hard voor zichzelf en vond deze compositie op zijn zachtst uitgedrukt niet echt goed. Hij schreeft het in 1928 als balletmuziek. Iedereen kent het al zijn meesterstuk: de bolero van Maurice Ravel.
Het is ook een van mijn favoriete muziekstukken. Het zachte begin, het aanzwellen van de klanken en op het einde een weergaloze eindknal. Je voelt de haast ingehouden spanning. Hoe eerst één enkel instrument begint en op het einde het volledige orkest afsluit. Oosterse klanken ook, wat er nog een extra tintje aan geeft.